Stichting Vrienden van de Koninklijke Marine

Doelstelling

© Vrienden van de Koninklijke Marine.

Vrijwilligers

Ex Hr. Ms. Hoogeveen

Donateurs

Nieuws

Contact

Update: 13-05-2017

Donateurs

Zomaar een werkweekverslag

Slag om de Hoogeveen (Artikel uit de Valreep)

Waarschijnlijk ligt de Hoogeveen nu wel weer in haar element, maar ten tijde van onderstaande belevenissen stond ze statig, maar enigszins ontdaan, naast de grote scheepshal.

Heb de week van 21 t/m 25 juli meegewerkt aan het onderhouden van de Hoogeveen. Mocht die week samenwerken met Bart, Fer, Bert, Chris, Henk, Jaap, Jan en Willem. Een kleurrijk gezelschap, een paar zelfs zonder een geschiedenis bij de Kon. Marine, maar verbonden door liefhebberij in klussen aan de Hoogeveen. De gemiddelde leeftijd zal ergens tussen de 65 en 70 jaar gelegen hebben en niet iedereen is ongeschonden uit de strijd gekomen. Kunstknieën, (nek)hernia, reuma, hartklachten zijn tijdens de week allemaal gepasseerd, maar veel merk je er niet van. Niet iedereen loopt even gemakkelijk, maar klagen doet niemand. Ieder werkt naar vermogen.

Eten werd tussen de middag (warme hap) en aan het eind van de werkdag genuttigd in het Meeuwennest, de grote kantine op Willemsoord. Was in deze (vakantie) periode lekker rustig. Behalve op woensdag tussen de middag. Toen stond er ineens een rij tot bijna buiten. Blauwe hap aan de bak! En dan komt zo’n beetje heel Den Helder eten in het Meeuwennest. En hoewel de cateraar niet helemaal de smaak van 1976 – 1977 haalt, was de nasi heerlijk en de lange wachttijd dus gerechtvaardigd. Bij het avondeten namen we wat broodjes mee voor ontbijt, zodat we dat ’s morgens met een kop koffie op de Hoogeveen konden nuttigen.

Slapen gebeurde op lichtschip Texel, die tegenwoordig in het nautische kwartier van Den Helder afgemeerd ligt. Een kilometer of 3 van de Hoogeveen. Na het avondeten vertrokken de mannen die bleven slapen naar de Texel. Daar werd eerst op het halfdek  eerst wat gedronken. Vervolgens verdwenen de mannen een voor een onder de douche van de nabij gelegen jachthaven. Dat was met het warme weer echt opfrissen.

Op de maandag na, die dag regende het grotendeels, was de rest van de week warm. Maar de zeebries, windje 5 tot 7, maakte het dragelijk. Na het douchen was er koffie en daarna was er weer wat anders te drinken. Bij het drinken van de koffie (of andere vloeibare versnaperingen) werden de belevenissen van de dag nog even doorgenomen, aangevuld met anekdotes uit de marinetijd of avonturen uit de periode daarna, in de burgermaatschappij. Maar soms ontaarde het toch in onbereisd slap lullen.

Woensdagavond bleek zo’n avond. Ging die avond met bijna verkrampte kaakspieren van het lachen te kooi. Dat viel overigens niet mee, die kooi. Mocht in de bovenkooi slapen in de hut bij Willem. Moest via de stoel en de rand van de onderkooi bovenin zien te komen. Kooi van krap 2 meter bij 70 cm is niet echt ruim als je een groot tweepersoons gewend bent. En ik ben ook geen 20 meer, maar ging (volgens mij) toch redelijk soepel.

We werden ’s morgens om 07.00 uur gepord door de coördinator om vervolgens na het zgn. bekschrobben naar de Hoogeveen te rijden. Na de koffie van Willem werd er om  08.00 uur weer begonnen met de werkzaamheden. Het grote werk, het vervangen van een deel stuurboord scheepshuid en het afbranden en –krabben van de bakboord scheepshuid, werd gedaan door 2 ploegen.  Bart, Bert en Chris vervingen de stuurboord scheepshuid, werkende op een aluminiumsteiger en Fer en Jaap het afbranden en –krabben van de bakboord scheepshuid op een hoogwerker. Heb drie karweitjes kunnen doen deze week; de bolders op het halfdek, de in- en uitlaten in het onderwaterschip en de boeg.

De in- en uitlaten moeten voor “het Drijfbewijs” worden afgeblind met RVS platen. Om dat netjes met de mooie rondingen van de grijze dame te kunnen doen, moesten de rechte flenzen op de scheepshuid afgeslepen worden.

De polyesterkap, die op het zwarte deel van de boeg gezeten heeft, is gedemonteerd voor reparatie. Was bij een aanvaring met de sleepboot gekraakt.

Tijdens de week waren met name Henk en Willen veel tijd doende met het regelen van materiaal en andere benodigdheden. Want ja, als er een d en een g in de dag van de week zitten hoort er appeltaart bij de koffie. Of saucijzenbroodjes, of tompoucen, of pizzabroodjes. Het leven aan boord was lang niet slecht!

Jan had toch iets te veel van het lijf gevraagd en moest ons halverwege de week verlaten, maar liet aan het eind  weten dat het er die maandag toch weer zou zijn. En dat was kenmerkend, want er moest nog wel het e.e.a. gebeuren en de mannen hebben ook nog een ander leven.

Toch zijn ze met een groepje van 5 of 6 man de volgende maandag verder gegaan om te zorgen dat de Hoogeveen aan het einde van de dokperiode weer het water in kan.

Heb met veel respect gekeken naar al deze mannen, die ieder naar vermogen en op hun eigen wijze, aan de Hoogeveen werkten.

Mensen die twijfelen over het al dan niet meedoen aan een (deel van) werkweek, kan ik echt aanraden, probeer het een keer!

Niet gewend aan het lopen van zoveel trappen en het vaak en lang in handen staan met een slijptol, de meeste tijd boven het hoofd, dat kon moeilijk anders met het onderwaterschip, was het eind van de week meer dan welkom. Ik was nogal versleten.

Licht gewond door het wegslijpen van een stukje vel van een vinger, kwam de vraag van een van de andere buffelaars; ”Hoe ben jij gewond geraakt?”

Juist ja, bij de slag om (het behoud van) de Hoogeveen!

Het was me een eer en genoegen,

 

Groeten uit Heiloo,

Jan